Home > Nieuws > Feitenrelaas storingen 9, 10, 15 en 24 september 2016 bij de REC

Feitenrelaas storingen 9, 10, 15 en 24 september 2016 bij de REC (24-10-2016)

update (16-11-2016): Het feitenrelaas van de FUMO over de storingen die in september hebben plaatsgevonden is op 8 november j.l. besproken tussen Omrin, FUMO en de heren Vollenbroek en Arkenbout. Dit is voor de FUMO aanleiding om haar relaas op enkele punten aan te passen dan wel aan te vullen.

Feitenrelaas storingen 9, 10, 15 en 24  september 2016 bij de REC

In september 2016 zijn er vier storingen geweest op 9, 10, 15 en 24 september 2016. Bijgaand is een feitenrelaas gemaakt van de storingen van september 2016, inclusief gevolgeffecten. De storingen van 9 en 10 september moeten apart van elkaar worden gezien, al hebben deze in de tijd volgordelijk en op korte termijn achter elkaar plaatsgevonden. Het feitenrelaas gaat in op de feitelijke situatie tijdens de storingen, de oplossing daarvan, de herstart van de installatie en het vervolg op de storingen.

Hierbij is gebruik gemaakt van de door Omrin verstrekte gegevens. Eveneens is de reactie van Johan Vollenbroek hierin betrokken. In het feitenrelaas is voornamelijk gekeken naar zaken die relevant zijn voor de voorwaarden van de omgevingsvergunning en de relevante wet- en regelgeving voor afvalverbrandingsinstallaties.

Storing 9 september 2016:

Overschrijdingen door fout rookgasreinigingsproduct (“bicarbonaat”):

Op vrijdag 9 september 2015, vanaf ca. 17:00 uur, is de halfuur gemiddelde HCl-waarde niet meer onder de gestelde emissiegrenswaarde te houden. Om ca. 17:20 wordt de eerste overschrijding van een HCl-halfuurgemiddelde waarde gemeld aan het Milieualarmnummer. Later volgen meer halfuurwaarde overschrijdingen en meldingen voor HCl. Om 21:44 uur vraagt de controlekamer om contact met de piketmedewerker van het Milieualarmnummer. Hierna neemt de piketmedewerker contact op met de controlekamer van de REC en verneemt dat er waarschijnlijk een vracht bicarbonaat is geleverd met onvoldoende reducerende werking. Vervolgens besluit de operator om met maximale capaciteit bicarbonaat te doseren, de doorzet van de hoeveelheid te verbranden afval te verlagen, de overschrijdingen te verzamelen en in één keer te melden. De piketmedewerker licht de toezichthouder telefonisch in rond 22.00 uur. De toezichthouder geeft aan dat deze werkwijze akkoord is, zodat eventuele halfuuroverschrijdingen later in één keer gemeld kunnen worden. Het probleem is bekend en maatregelen zijn genomen om de situatie onder controle te houden. De toezichthouder neemt direct daarna telefonisch contact op met de operator en maakt een aanvullende afspraak dat overschrijding van de dagwaarde voor HCl voorkomen moet worden. De problemen met de bicarbonaatdosering zijn volgens afspraak opgepakt en onder controle.

Effect op de emissies:

Op 9 september 2016 zijn voor zoutzuur (HCl) tien halfuurwaarden boven de gestelde emissiegrenswaarde geconstateerd. De gestelde daggemiddelde grenswaarde voor HCl is niet overschreden. Er zijn geen aanwijzingen dat hiermee niet voldaan kan worden aan de in artikel 5.21 van de Activiteitenregeling gestelde voorwaarden voor toetsing van de naleving van de emissiegrenswaarden. In een jaar moeten 97% van alle halfuurgemiddelden voor o.a. zoutzuur beneden de gestelde emissiegrenswaarde blijven en mag geen enkele daggemiddelde meetwaarde de gestelde emissiegrenswaarde overschrijden. Overige parameters  blijven onder de emissiegrenswaarden.

Storing 10 september 2016:

Uitvallen ID-Fan:

Op 10 september 2016, om 03:32 uur, is de ID-fan, de hoofdventilator die de rookgassen door de installatie zuigt, uitgevallen vanwege een melding in het besturingssysteem van een te hoge temperatuur in de ID-fan. De naderhand (door de monteur van Siemens) vastgestelde oorzaak was een draadbreuk in een temperatuursensor van de ID-fan. Het gevolg van deze melding was dat het hele proces stilviel (voorzieningen schakelen automatisch in veilige fase om gevolgeffecten te beperken) en de volgende onderdelen niet meer in bedrijf waren:

  • ID-fan;
  • primaire lucht ventilator;
  • secundaire lucht ventilator;
  • E-filter (hierdoor sterke afname stofvangcapaciteit door dit filter);
  • natriumbicarbonaatdosering;
  • aktief kooldosering;
  • DeNOx (SCR).

Het doekenfilter is tot de herstart van de ID-fan in bedrijf gebleven. Door de afvalresten op het verbrandingsrooster van de installatie is er sprake geweest van ongecontroleerde verbranding. De rookgassen zijn met de noodventilator afgevoerd via de schoorsteen.

Om 5:54 uur is het gelukt de ID-fan te resetten. Vervolgens zijn de verschillende onderdelen van de rookgasreiniging weer bijgeschakeld:

  • 6:19u    E-filter in bedrijf;
  • 6:36u    Natriumbicarbonaat dosering in bedrijf;
  • 6:42u    Aktief kooldosering in bedrijf;
  • 6:43u    Steunbrander rechts in bedrijf;
  • 6:46u    Steunbrander links in bedrijf;
  • 7:40u    DeNOx weer in bedrijf.

Het gevolg was dat vanaf het begin van de storing (3:32 uur) de verbrandingstemperatuur van het afval op het rooster langzaam is gedaald tot 583 oC om 6:24 uur. Om 6:54 uur was de keteltemperatuur weer boven 850 °C. Het doekenfilter is na het weer opstarten van de ID-fan vanwege een te lage temperatuur (< 140°C) uitgeschakeld geweest tussen 6:08 - 6:19 uur. Tussen 7:16 - 7:37 uur is het doekenfilter uit bedrijf geweest vanwege een te hoge rookgastemperatuur (>210°C). De hoge rookgastemperatuur is veroorzaakt door een verstoring van de warmtebalans in de ketel die een gevolg is van de storing.

Uit de op 12 september 2016 ontvangen emissiegegevens van 10 september 2016, blijkt dat op grond van hoge emissiewaarden voor HCl tot 7:41 uur nog sprake is van verbranding van afval (verhoogde halfuurgemiddelde waarde om 8:00 uur). Hieruit kan worden afgeleid dat tijdens de storing tussen 3:32 en 7:41 uur sprake is geweest van afvalverbranding en dat  de thermische behandeling van afvalstoffen niet binnen vier uur is gestaakt.

De verstoring van de warmtebalans in de ketel heeft nog een ander effect gehad. Er is is bij opstart overdruk ontstaan in de stoomdrum. De overdruk is tussen 7:22 – 7:26 uur afgeblazen via het veiligheidsventiel op het dak. Het geluid dat het afblazen geeft, is mogelijk hoorbaar geweest.

Effect op de emissies:  

Omrin heeft aangegeven dat de luchtemissies in de periode van 3:40 tot 7:37 uur te hoog zijn geweest. Per component gaat dit om de volgende perioden:

  • CO te hoog tussen 3:40u – 6:43u;
  • CxHy halfuur gemiddelden te hoog om 4:30, 5:30, 6:00 en 6:30 uur;
  • Stof ruwe minuutwaarde >150: 6:09 tot/met 6:19 en 7:25 tot/met 7:37, geen overschrijding halfuurgemiddelde waarde die geldt tijdens storingen;
  • HCl gevalideerde halfuurwaarden > 12 mg/Nm3 (grenswaarde met correctie): 4:30 t/m 8:00 uur;
  • NOx gevalideerde halfuurwaarden > 194 mg/Nm3 (grenswaarde met correctie): 5:30 t/m 7:30 uur;
  • HF gevalideerde halfuurwaarden > 1,4 mg/Nm3 (grenswaarde met correctie): 7:30 en 8:00 uur.

Na de storing is het dioxinemonster met spoed gewisseld. Uit de dioxinebemonstering bij de REC is gebleken dat ook de dioxine emissie hoger is geweest dan tijdens normale bedrijfsomstandigheden.

Na analyse van de emissiecijfers voor de periode tijdens de storing waarbij nog afval op het rooster lag, is het volgende geconstateerd:

  • Stofemissie: de halfuurgemiddelde waarden zijn lager dan 150 mg/Nm3. Hiermee is voldaan aan de  tijdens storingen geldende grenswaarde voor stof;
  • CxHy: er zijn drie halfuuroverschrijdingen en één ontbrekende waarde. Bij toetsing van het kalenderjaar moet 97% van de halfuurwaarden in een kalenderjaar voldoen. Er zijn voorlopig geen aanwijzingen dat hier niet aan kan worden voldaan.
  • CO: Er zijn meer dan zeven 10-minutengemiddelden gedurende de storing die hoger zijn dan 150 mg/Nm3 en daarmee dus ook in een willekeurige periode van 24 uur. Deze eis wordt niet nageleefd.

Op basis van de beschikbare informatie gaan wij uit van 4 formele storingsuren volgens artikel 5.26 lid 2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Ab).

Vervolgeffecten 10/11 september 2016

Emissies tijdens de periode na de storing tot het moment dat de afvalverbranding wordt herstart

Van 10 september na ca. 8:00 uur tot 11 september (volgens melding) 15:23 uur is geen afval verbrand. In eerste instantie is de installatie met behulp van de aardgasgestookte hulp- en steunbranders op temperatuur gehouden. Vanaf 10 september ca. 21:00 uur is de keteltemperatuur langzaam gedaald naar lage waarden van ca. 300 °C.

’s Avonds en in de nacht van 10 op 11 september hebben storingsmonteurs van de leverancier van de ID-fan en van de REC, de besturing van de hoofdventilator doorgelicht. Naast de geconstateerde draadbreuk van één van de twee temperatuursensoren van de hoofdventilator, zijn geen andere oorzaken voor de storing van de ID-fan gevonden. Beide temperatuursensoren en de bijbehorende bedrading zijn vervangen. Na de reparatie was de installatie weer beschikbaar en is in de ochtend van 11 september de installatie vanuit de “koude” toestand opgestart. Hierbij is de spoelcyclus gebruikt. Bij dit opstarten zijn stofpieken opgetreden. Het gaat hierbij om stof wat zich met name heeft verzameld op onbereikbare plaatsen in de DeNOx-(SCR-)installatie achter  het doekenfilter

In deze periode waarbij geen afval wordt verbrand, gelden geen emissiegrenswaarden.

Effect op de emissies:

Bij de emissiewaarden van stof op 11 september zijn vanaf 2:27 tot en met 7:40 uur regelmatig minuutgemiddelden te zien die tussen de 150 en 200 (detectielimiet) mg/m3 stof  liggen. De REC had dit ongewone voorval direct moeten melden, zeker nu vaststaat dat er een relatie bestaat tussen stofemissie en dioxinen. Deze stofemissie is mogelijk zichtbaar geweest vanuit de schoorsteen.

Storingen 9 en 10 september en vervolgeffecten 10/11 september in relatie tot de opgelegde lasten onder dwangsom

Er zijn lasten onder dwangsom opgelegd voor de volgende overtredingen (verkort weergegeven):

  • Besluiten van 2 februari 2016 ,kenmerk 01281594, gewijzigd op 21 juli 2016, kenmerk 01337035 :

1. actief kooldosering tijdens normaal bedrijf (2.3 Wabo);

2. langer dan vier uur doorgaan met afvalverbranding tijdens storing met overschrijding emissiegrenswaarden (5.26, lid 2 Ab);

3. direct melden 17.5e Wet milieubeheer;

4. overschrijden emissiewaarden tijdens storing met afvalverbranding (5.26, lid 3 Ab);

5. voldoende betrouwbaar meten stofemissie (5.29, lid 1 Ab en 5.10 Ar)

  • Besluit van 26 april 2016, kenmerk 01306815: direct (binnen kwartier) melden ongewone voorvallen (1.6.1 omgevingsvergunning en 17.2 Wet milieubeheer)

Niet tijdig melden ongewoon voorval (last uit besluit 26 april 2016)

  • Op 10 september 2016 heeft vanaf 3:32 uur een storing plaatsgevonden in de verbrandingsinstallatie. Dit is een ongewoon voorval, welke op 10 september 2016 om 4:54 uur is gemeld bij het Milieualarmnummer van de provincie Fryslân. De melding is bijna anderhalf uur na aanvang van de storing gemeld, wat inhoudt dat het ongewone voorval niet direct (binnen een kwartier) is gemeld.
  • Uit de emissiegegevens van 11 september 2016 is gebleken dat de emissiewaarde voor stof vanaf 2:25 uur tot 7:47 regelmatig hoge waarden vertonen, waarbij de minuutwaarden regelmatig minutenlang de detectiegrens van ca. 200 mg/m3 stof heeft overschreden. De stofemissie heeft plaatsgevonden gedurende het op temperatuur houden van de installatie met aardgasgestookte hulp- en steunbranders na de storing en voordat de afvalverbranding isherstart. Er isgeen sprake geweest van het verbranden van afvalstoffen, maar wel van ongewoon hoge stofemissie waardoor zich wederom een ongewoon voorval heeft voorgedaan. Dit ongewone voorval is in het geheel niet gemeld. Dit ongewone voorval had op 11 september 2016 (uiterlijk om 2:40 uur) gemeld moeten worden bij het Milieualarmnummer van de provincie Fryslân. Geconstateerd is dat niet aan de op 26 april 2016 opgelegde last onder dwangsom is voldaan.

Er is tweemaal een dwangsom van € 2.500,-- verbeurd, in totaal € 5.000,--.

Staken thermische behandeling van afvalstoffen binnen vier uur (last onder 2)

  • Uit de op 12 september 2016 ontvangen emissiegegevens van 10 september 2016 blijkt dat op grond van hoge emissiewaarden voor HCl tot 7:41 uur nog sprake is van verbranding van afval. Nu geconstateerd is dat de afvalverbranding in ieder geval tot 7:41 uur heeft geduurd en de storing om 3:32 is begonnen, is de thermische behandeling van afvalstoffen niet binnen vier uur gestaakt.

Er is een dwangsom verbeurd van € 20.000,--.

Overschrijding emissie-eisen tijdens storingen (last onder 4)

  • Uit de op 12 september 2016 ontvangen emissiegegevens van 10 september 2016 blijkt dat tijdens de storing in de periode van 3:41 uur tot 4:31 uur en van 4:49 uur tot 6:43 de minuutgemiddelde waarden en daarmee ook de 10-minutengemiddelde waarden voor koolmonoxide (CO) continu hoger zijn geweest dan 155 mg/m3. Het staat vast dat bij meer dan 95% van alle 10-minutengemiddelden in een willekeurige periode van 24 uur, waarbinnen deze storing viel, sprake is van overschrijding van de in artikel 5.26, derde lid van het Activiteitenbesluit gestelde emissiegrenswaarde van 150 mg/Nm3, waarbij gecorrigeerd is voor de betrouwbaarheidscorrectie (ongecorrigeerd zijn deze waarden hoger dan 155 mg/m3).

Er is een dwangsom verbeurd van € 20.000,--.

Storing 15 september:

Uitvallen ID-Fan:

Op 15 september 2016 om 17:42 uur, is de ID-fan (hoofdventilator) die de rookgassen door de installatie zuigt, uitgevallen door een storing in het besturingssysteem. Een  elektrotechnicus van de REC heeft vervolgens het besturingssysteem gecontroleerd. Hierbij is een aardingsfout gevonden en hersteld, waarna de softwarestoring in het besturingssysteem is opgeheven en de installatie zo snel mogelijk weer in bedrijf is genomen. De monteur van Siemens is later nog ter plaatse geweest. Dit heeft niet geleidt tot andere inzichten. Het afstoken van de installatie voor reparatie bleek niet nodig.

Het gevolg van de storing was dat het hele proces gedurende ca. 50 minuten (17:48 t/m 18:38 = periode dat sprake is van hoge CO-waarden) stil viel. Veiligheidsvoorzieningen schakelen bij een storing aan de ID-fan automatisch in veilige fase om vervolgeffecten te beperken. Gedurende ca. een uur zijn enkele halfuurgemiddelde waarden van 18:00, 18:30 en 19:00 uur verhoogd geweest door de storing. Bij het uitvallen van de ID-fan zijn gelijktijdig ook primaire en secundaire luchtventilatoren, het E-filter, de natriumbicarbonaat- en aktief kooldosering en de DeNOx (SCR) buiten bedrijf. Het doekenfilter is in bedrijf gebleven, ook tijdens de herstart.

Door afvalresten op het verbrandingsrooster van de installatie is ca. 50 minuten sprake van ongecontroleerde verbranding. De verbrandingstemperatuur is enige tijd lager geweest dan de benodigde 850 °C. De halfuurgemiddelde temperatuur was om 18:30 uur 831 °C.

Effect op de emissies:

Tijdens de storing is voor wat betreft de dan geldende emissiegrenswaarden (art. 5.19  en 5.26 Activiteitenbesluit milieubeheer) sprake geweest van overschrijding van twee halfuurgemiddelde waarden voor CxHy (55 en 63 mg/Nm3 om 18:00 en 18:30 uur) en vijf (waarden 18:00 t/m 18:40) van de 10-minutengemiddelden voor CO. Stof is niet verhoogd geweest. Dat bevestigt dat de opstartleiding voor (omleiding om) het doekenfilter niet gebruikt is. Om 19:00 uur is er nog sprake van een kleine overschrijding van het halfuurgemiddelde voor HCl door de omstandigheden tijdens de storing.

Na de storing is het dioxinemonster met spoed gewisseld. Uit de dioxinebemonstering bij de REC is gebleken dat de dioxine emissie hoger is geweest dan tijdens normale bedrijfsomstandigheden.

Er zijn geen aanwijzingen dat de tijdens deze storing vrijgekomen emissies bij toetsing volgens artikel 5.21 van de Activiteitenregeling milieubeheer (Ar) zullen leiden tot een onvoldoende beoordeling van de naleving van de emissiegrenswaarden. Bij de toetsing in 2017 van het Jaarrapport Luchtemissie REC over 2016, zal uiteindelijk blijken of de emissieoverschrijdingen tijdens deze storing hebben geleid tot het wel of niet voldoen aan de geldende voorwaarden in het Activiteitenbesluit en –regeling.  

Op basis van de beschikbare informatie gaan wij uit van 1,5 formele storingsuren volgens artikel 5.26 lid 2 van het Ab.

Storing 15 september in relatie tot de opgelegde lasten onder dwangsom

Er zijn lasten onder dwangsom opgelegd voor de volgende overtredingen (verkort weergegeven):

  • Besluiten van 2 februari 2016, kenmerk 01281594, gewijzigd op 21 juli 2016, kenmerk 01337035 :

1. actief kooldosering tijdens normaal bedrijf (2.3 Wabo);

2. langer dan vier uur doorgaan met afvalverbranding tijdens storing met overschrijding emissiegrenswaarden (5.26, lid 2 Ab);

3. direct melden 17.5e Wet milieubeheer;

4. overschrijden emissiewaarden tijdens storing met afvalverbranding (5.26, lid 3 Ab);

5. voldoende betrouwbaar meten stofemissie (5.29, lid 1 Ab en 5.10 Ar)

  • Besluit van 26 april 2016, kenmerk 01306815: direct (binnen kwartier) melden ongewone voorvallen (1.6.1 omgevingsvergunning en 17.2 Wet milieubeheer)

Geen van bovenstaande lasten is overtreden, zie bovenstaande toelichting van de storing van 15 september 2016.

Storing 24 september:

Uitvallen ID-Fan:

Op 24 september 2016 om 12:00 uur, is de ID-fan (hoofdventilator) die de rookgassen door de installatie zuigt, uitgevallen. De oorzaak van de storing wordt gezocht in het besturingssysteem. Na een zogenaamde “hard reset” waarbij de frequentieregelaar van de ID-fan spanningsloos is gemaakt, is de installatie succesvol opgestart.

Het gevolg van de storing was dat de ID-fan tussen ca. 12:00 tot 12:45 stil viel (voorzieningen schakelen automatisch in veilige fase om vervolgeffecten te beperken). Het verbrandingsproces is verstoord van 12:05 t/m ca. 13:19 uur (= periode dat sprake is van hoge CO-waarden). De storing heeft geleid tot verhoging van enkele halfuurgemiddelde waarden van 12:30, 13:00 en 13:30 uur. Bij het uitvallen van de ID-fan zijn gelijktijdig ook primaire en secundaire luchtventilatoren, het E-filter, de natriumbicarbonaat- en aktief kooldosering en de DeNOx (SCR) buiten bedrijf. Het doekenfilter is in bedrijf gebleven Ook tijdens de herstart van de installatie is het doekenfilter gebruikt.

Door afvalresten op het verbrandingsrooster van de installatie is ca. drie kwartier tot ruim een uur sprake van ongecontroleerde verbranding. De verbrandingstemperatuur is enige tijd lager geweest dan de benodigde 850 °C. Om 13:00 uur was de halfuurgemiddelde temperatuur 820 °C.

Effect op de emissies:

Tijdens de storing is voor wat betreft de dan geldende emissiegrenswaarden (art. 5.19  en 5.26 Activiteitenbesluit milieubeheer) sprake geweest van overschrijding van zes tot zeven 10-minutengemiddelden voor CO (waarden 12:10 t/m 13:00 uur, 13:10 is mogelijk te hoog na omrekening naar normaalwaarden, er mogen maximaal zeven 10-minutenwaarden in 24 uur hoger zijn dan 150 mg/Nm3). CxHy is wel verhoogd, maar de halfuurgemiddelde emissiegrenswaarde is niet overschreden. Stof is niet verhoogd geweest Dat bevestigt dat de opstartleiding voor (omleiding om) het doekenfilter niet gebruikt is. Om 13:30 uur is er nog sprake van een overschrijding van het halfuurgemiddelde voor HCl.

Na de storing is het dioxinemonster met spoed gewisseld. Uit de dioxinebemonstering bij de REC is gebleken dat ook de dioxine emissie niet of nauwelijks hoger is geweest dan tijdens normale bedrijfsomstandigheden.

Er zijn geen aanwijzingen dat de tijdens deze storing vrijgekomen emissies bij toetsing volgens artikel 5.21 van de Activiteitenregeling milieubeheer (Ar) zullen leiden tot een onvoldoende beoordeling van de naleving van de emissiegrenswaarden. Bij de toetsing in 2017 van het Jaarrapport Luchtemissie REC over 2016, zal blijken of de emissieoverschrijdingen tijdens deze storing hebben geleid tot het niet voldoen aan de geldende voorwaarden in het Activiteitenbesluit en –regeling.  

Op basis van de beschikbare informatie gaan wij uit van 1,5 formele storingsuren volgens artikel 5.26 lid 2 van het Ab.

Storing 24 september in relatie tot de opgelegde lasten onder dwangsom

Er zijn lasten onder dwangsom opgelegd voor de volgende overtredingen (verkort weergegeven):

  • Besluiten van 2 februari 2016, kenmerk 01281594, gewijzigd op 21 juli 2016, kenmerk 01337035 :

1. actief kooldosering tijdens normaal bedrijf (2.3 Wabo);

2. langer dan vier uur doorgaan met afvalverbranding tijdens storing met overschrijding emissiegrenswaarden (5.26, lid 2 Ab);

3. direct melden 17.5e Wet milieubeheer;

4. overschrijden emissiewaarden tijdens storing met afvalverbranding (5.26, lid 3 Ab);

5. voldoende betrouwbaar meten stofemissie (5.29, lid 1 Ab en 5.10 Ar)

  • Besluit van 26 april 2016, kenmerk 01306815: direct (binnen kwartier) melden ongewone voorvallen (1.6.1 omgevingsvergunning en 17.2 Wet milieubeheer)

Geen van bovenstaande lasten is overtreden, zie bovenstaande toelichting van de storing van 24 september 2016.

Vervolgacties:

Onderzoek Witteveen+Bos

Witteveen+Bos doet opnieuw onderzoek naar de effecten (incl. neveneffecten) van de storingen in september 2016. Daarbij wordt ook de verspreiding van dioxinen/furanen inzichtelijk gemaakt. Deze rapportage volgt binnenkort en wordt dan publiek gemaakt.

Vervolgacties Omrin/REC

Naar aanleiding van de recente storingen heeft de Provincie Omrin schriftelijk gewezen op artikel 17.2, tweede lid van de Wet milieubeheer. Hierin staat dat Omrin een gedetailleerde analyse van het ongewoon voorval dient te maken. Ook dient Omrin nadere informatie te verstrekken over welke maatregelen zijn of worden genomen om herhaling van de ongewone voorvallen te voorkomen en de effecten te beperken. Op 3 oktober jl. heeft Omrin per brief invulling gegeven aan dit verzoek.

Downloads

Snel naar

De Provincie

Informatie en veel gestelde vragen over de milieuvergunning, emissiewaarden etc.


Omrin

Informatie en veel gestelde vragen over de centrale, actuele uitstoot etc. 


De GGD Fryslân

Informatie en veel gestelde vragen over de volksgezondheid, dioxines etc.